Economie (updated november 2011)
Geothermie is op nogal wat plaatsen in Nederland al concurrerend of bijna concurrerend met aardgas. Zeker in vergelijking tot de meeste andere duurzame energie-opties zijn de eventuele meerkosten van geothermie gematigd.
De economie van een geothermische bron zal op veel plaatsen hoofdzakelijk bepaald worden door de warmtevraag :
- de omvang hiervan
- de gevraagde (boven)temperatuur
- de mate van uitkoeling (retourtemperatuur)
- het aantal uren per jaar, dat de warmtevraag optreedt.
De tweede factor is de (toekomstige) gasprijs: de installatie wordt terugverdiend door de vermeden kosten van gasinkoop.
Aan de kostenkant staan de kapitaalslasten – afschrijvingen en rente, samen meestal verantwoordelijk voor 70 tot 80% van de kosten van de warmte. De overige kosten worden veroorzaakt door onderhoud en inkoop van elektriciteit voor de pomp(en).
Doordat per doublet (en warmteafnemer) al deze factoren zullen verschillen kan alleen een ruwe range van kosten en prijzen van geothermie worden aangegeven. Op zich kan er nog een redelijke schatting gemaakt worden voor de investeringskosten per MWth (thermische capaciteit van de bron). Deze zal op 0,8 tot 1,4 mln euro/MWth liggen. Bij de warmteprijs treedt echter een veel grotere spreiding op, door de afhankelijkheid van de omvang en kwaliteit van de warmtevraag.
ECN en KEMA hebben in 2011 de productiekosten van alle vormen van duurzame energie doorgerekend en met elkaar vergeleken - op basis van identieke uitgangspunten. Lees daarover meer op de SDE+ pagina.
