MEI en UKR/EOS
MEI
Voor de tuinbouw is de MEI regeling (Marktintroductie Energie Innovaties) tot op heden het belangrijkste. Diepe geothermie wordt daarin op dezelfde wijze behandeld als andere duurzame opties, met dien verstande, dat het plafond van de subsidie 1,5 mln bedraagt. In de praktijk betekent dit, dat voor een investering vanaf circa 4 mln het feitelijke percentage subsidie lager is dan voor opties, die een lager kapitaalsbeslag vergen. De MEI regeling loopt vooralsnog tot en met 2012.
UKR/EOS
Voor woningbouw geldt dit plafond issue in nog veel hogere mate. Het probleem is bij UKR en EOS dat geothermie projecten op groepen van 1.500 – 4.000 huizen gericht zijn. En de maximale subsidie is dan een knelpunt. Bij kleinschalige of huisgebonden duurzame opties kan de subsidie oplopen tot enige duizenden euro per huis. De bijdrage per aardwarmte-woning is een fractie daarvan. Daardoor is het financieel lastig om te concurreren, terwijl de vergroening bij aardwarmtewoningen op een aanzienlijk hoger niveau ligt. De voor 2012 aangekondigde SDE+ regeling brengt hierin enige verbetering, maar voor nieuwe warmtenetten is ook de SDE+ nog geen oplossing.
Beleidsopties
De huidige instrumenten discrimineren (zeer) diepe geothermie en ook tussen aardwarmte en andere duurzame opties is er - door deze plafonds - geen gelijk speelveld. Dit is niet kosteneffectief en het Platform is warm voorstander van een gelijke vergoeding per ton vermeden CO2 - ongeacht de soort hernieuwbare energie of de diepte van de boring. De overheid heeft aangekondigd, dat vanaf 2012 een bijdrage te verwachten is voor duurzame warmte in het kader van de SDE+. De uitwerking hiervan is recent aangekondigd.
