Creation: Free Design

SodM publiceert 'Staat van de sector'/ reactie Platform

.Het Staatstoezicht op de Mijnen, de toezichthouder op de ondergrond (SODM) heeft deze week de ‘Staat van de Geothermiesector’ uitgebracht. Deze Staat schetst de bevindingen van SodM ten aanzien van de huidige situatie in de geothermiesector en de verwachte ontwikkelingen. In het rapport constateert SodM diverse verbeterpunten rondom veiligheid, deskundigheid en financiële draagkracht. Platform Geothermie neemt deze aanbevelingen zeer serieus.

Geothermie is ongeveer tien jaar geleden in Nederland geïntroduceerd. Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan kennisontwikkeling en het opdoen van ervaringen. Sinds een aantal jaren geleden zijn de geothermiebedrijven verenigd (DAGO, Dutch Association of Geothermal Operators) om de kennisuitwisseling en het ontwikkelen van standaarden te faciliteren en te versnellen. Daarin wordt de samenwerking gezocht met andere sectoren, zoals de olie- en gas en de waterwinning. Momenteel kent Nederland zo’n 16 werkende geothermie-installaties die samen ongeveer 85 miljoen m3 aardgas/jaar besparen. (Gelijk aan het gasgebruik van zo’n 60.000 huishoudens.)

De verdere ontwikkeling van de sector vraagt om verdere opschaling en professionalisering. Sinds enkele jaren specialiseren enkele ondernemingen zich in bedrijfsvoering van meerdere installaties; in tegenstelling tot de eerste projecten die vanuit een glastuinbouwinitiatief zijn ondernomen. Door deze schaalvergroting vinden verdere professionalisering en specialisering plaats en is de kennisuitwisseling verbeterd. Dat vormt mede de basis voor de verwachte versnelling in de aankomende jaren. De recente Green Deals voor (ultra-)diepe geothermie waar ook EBN en enkele andere bedrijven aan deelnemen die al jarenlang actief zijn in olie- en gasprojecten, zijn hierbij behulpzaam.

SodM geeft aan zorgen te hebben over de financiële draagkracht en geringe winstgevendheid van geothermieprojecten. Het wettelijk toezicht door SodM richt zich niet op de financiële aspecten. Onduidelijk is dan ook op welke informatie men zich baseert. Voor met name de nieuwere geothermieprojecten zijn voor de financiering juist een substantieel eigen vermogen én een reserve vereist. Het klopt overigens dat een verdere professionalisering en versnelling forse investeringen vraagt in tijd, geld en menskracht van alle partijen gezamenlijk.

Daarnaast constateert Platform mét DAGO dat toezicht, handhaving en beleid niet goed aansluiten op de geothermische praktijk, omdat de wetgeving ontworpen is voor olie en gas; een technologie met andere karakteristieken (andere energiedrager, hogere drukken en andere fysische eigenschappen en andere risico’s). Dit geldt eveneens voor de aanpak van geothermieprojecten in de nabijheid van natuurlijke breuken, waarbij reeds gewerkt wordt met uitgebreide monitoringsregimes. Daar wil de sector komende jaren graag met de betreffende ministeries en SodM aan werken.

De constatering dat winningsplannen nog niet door het Ministerie van Economische Zaken zijn goedgekeurd is terug te voeren op het ontbreken van een passend format hiervoor. We steunen de oproep van de toezichthouder aan EZ om hier actie op te nemen en tot die tijd een tijdelijk beleidskader te hanteren.

Verdere groei van geothermie vraagt samenwerking tussen alle partijen, ondersteuning vanuit de samenleving van het belang van duurzame warmte en de rol van geothermie daarbinnen en een stevige focus op veiligheid. Een strenge toezichthouder hoort daarbij. De uitdagingen zijn groot. De sector realiseert zich dit terdege. Het Platform Geothermie zal zich, vanuit haar onafhankelijke positie als platform voor kennisuitwisseling tussen alle partijen actief rondom geothermie vanuit beleid, onderzoek of als initiatiefnemer, blijvend inzetten voor een constructieve dialoog om geothermie op een veilige en verantwoorde wijze in te zetten in de Nederlandse energietransitie.