Creation: Free Design

Locatie van de diverse projecten in Nederland

Klik op een specifieke locatie in de kaart of scroll naar beneden voor meer info over de bestaande geothermieinstallaties in Nederland.

 

Aardwarmte Vierpolders

Vierpolders 2 small

Lees meer...

Aardwarmte Vogelaer

 Vogelaer toren 2

Lees meer...

Ammerlaan TGI


Ammerlaan

Lees meer...

Agriport A7


ECW trac buiten small

Lees meer...

Californië Lipzig Gielen

foto isolatie warmteleidingen CLG

Lees meer...

Californië Wijnen Grubbenvorst

CWG Wijnen 1 small

Lees meer...

Duijvestijn

boring duijvenstijn

Lees meer...

Geopower Oudcamp

geopower oudcamp

Lees meer...

Geothermie De Lier

De Lier buiten small

Lees meer...

Hoogweg Aardwarmte

hoogweg aardwarmte

Lees meer...

Floricultura Heemskerk

Floricultura 1 small

Lees meer...

Green Well Westland


Green Well Westland small

Lees meer...

Haagse Aardwarmte Leyweg

110912 AWC 1

Lees meer...

Hartman aardwarmte

B006 boorkop

Lees meer...

Koekoekspolder

Warmtenet bij Voorhof

Lees meer...

Mijnwaterproject Heerlen

Heerlen centrale

Lees meer...

Nature's Heat

natures heat

Lees meer...

Trias Westland

IMG 1567

Lees meer...

Van den Bosch 1 & 2

Van den Bosch

Lees meer...

Van den Bosch 3 & 4

Van den Bosch

Lees meer...

Wayland Energy

 Bergschenhoek II

Lees meer...

Greenbrothers (Zevenbergen)

Zevenbergen 4

 

Lees meer...

CO2- en aardgasbesparing

In Nederland ligt de gemiddelde jaarproductie per bron op circa 180.000 GJ. De besparing op CO2-emissies bedraagt per project circa 10.000 ton/jaar (5.500.000 m3 aardgas). De besparingscijfers voor het totaal van alle bronnen: (2016)

  • CO2 besparing: 150.000 ton/ jaar
  • Aardgas-besparing: 85.000.000 m3/ jaar

Geothermische systemen hebben een 'energetische terugverdientijd' van enkele maanden: in die periode is de CO2 veroorzaakt door de benodigde staalproductie, het  boren et cetera, terugverdiend door de besparing op fossiele energie (aardgas). 

Aantallen en omvang

Onderstaand vindt u een overzicht van de in Nederland opgewekte geothermische energie (TJ), het aantal projecten, de capaciteit (MW) en de ontwikkeling in de capaciteit (MW).

Production 2016 TJ

Figuur 1: productie van geothermische energie in Nederland.

 

Lees meer...

Vergunningen en regelgeving

De Mijnbouwwet, met als bevoegd gezag het ministerie van Economische Zaken & Klimaat, is de leidende wetgeving voor diepe geothermie. De Mijnbouwwet is in meer detail uitgewerkt in het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling.De Mijnbouwwet geeft aan dat een opsporingsvergunning nodig is vóór het doen van de eerste boring. Als deze voldoende productief blijkt te zijn is na de tweede boring en de testfase de opsporingsvergunning om te zetten in een winningsvergunning. Een uitgebreide en actuele uitleg vindt u op www.hoewerktaardwarmte.nl

Lees meer...

Financiën

In vergelijking tot de meeste andere duurzame energie-opties zijn de meerkosten van geothermie gematigd.

De economie van een geothermische bron is vooral bepaald door de warmtevraag:
- de omvang hiervan
- de gevraagde (boven)temperatuur
- de mate van uitkoeling (retourtemperatuur)
- het aantal uren per jaar dat de warmtevraag optreedt.

De tweede factor is de (toekomstige) gasprijs: de installatie wordt terugverdiend door de vermeden kosten van gasinkoop.

Lees meer...

SDE+

Stimulering van Duurzame Energie (SDE+)
Het belangrijkste instrument voor de stimulering van duurzame energie is de SDE+. Nasast bijvoorbeeld windenerige en zon-PV kunnen ook geothermieprojecten SDE+-subsidei aanvragen. De SDE+ is een financiële bijdrage per geproduceerde kWh, om de méérkosten te betalen ten opzichte van fossiele energieproductie.  De SDE+ wordt 15 jaar uitgekeerd (als en voorzover de installatie in bedrijf is). Deze bijdrage is voor elke energieoptie anders. Geothermie vraagt één van de laagste bijdrages. De  regeling is een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van geothermie.

Lees meer...

Garantieregeling

Een specifiek element bij geothermie is de kans op een misboring, een geothermische bron die veel minder goed presteert dan is ingeschat. Hoewel het geologische risico na gedegen onderzoek gering is, zijn de financiële gevolgen groot. De 'Regeling nationale EZ subsidies - Risico’s dekken voor aardwarmte' (RNES Aardwarmte) dekt dit risico van misboring grotendeels af.

Lees meer...

Green Deal ultradiepe geothermie

De Green Deal Ultradiepe Geothermie (UDG) is een samenwerking tussen het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, EBN, TNO en zeven consortia gericht op het vergroten van het inzicht in de kansen van geothermie op meer dan vier kilometer diepte. Enerzijds om de ontwikkeling van ultradiepe geothermie in Nederland in gang te zetten, anderzijds om veiligheid en aandacht voor de omgeving te waarborgen. De consortia zijn: UDG Heerenveen, UDG Leeuwarden, GOUD (Utrecht), UDG Renkum, Geothermie Oost Brabant, UDG Schiedam en UDG Haven Rotterdam.
Binnen de Green Deal zijn zeven potentiële pilot projecten geïdentificeerd. Elk project onderzoekt de geschiktheid van de ultradiepe ondergrond in combinatie met de bovengrondse warmtevraag. EBN (projectleider) en TNO brengen hier kennis in. Afhankelijk van de resultaten zullen mogelijk één of meerdere projecten daadwerkelijk starten.
De afspraken tussen de partijen vindt u hier.

Alle projecten zijn gericht op het ontwikkelen van het zogenoemde Dinantien. Deze laag in de ondergrond is het meest kansrijk voor UDG. De play-based portfolio benadering is leidend bij deze ontwikkeling. Dit is het in samenhang exploreren en ontwikkelen van zoveel mogelijk ondergronds potentieel, op een integrale, veilige, lerende en kosteneffectieve manier. Tot en met 2019 voert men een uitgebreid Exploratie Werkprogramma uit, met onder meer gedetailleerd geologisch onderzoek en een risico-inventarisatie. De eerste boring wordt niet eerder verwacht dan 2020.
Binnen het programma vindt uitgebreid geologisch en technisch onderzoek plaats of en zo ja waar en hoe veilige ontwikkeling van UDG mogelijk is. Met behulp van benchmarking zullen best practices worden geïdentificeerd, die dan voor de hele sector beschikbaar komen.