Creation: Free Design

Veelgestelde vragen

Wat is geothermie?

Diep in de bodem ligt warm water opgeslagen in poreuze zand- en gesteentelagen. Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het wordt. Met iedere kilometer diepte stijgt de temperatuur met ongeveer 31˚C. De energie die opgeslagen is in dit warme water wordt geothermie of aardwarmte genoemd. Het warme water kan worden opgepompt en de energie is te gebruiken voor het verwarmen van woningen en bedrijven. Als de temperatuur hoog genoeg is, is ook elektriciteitsproductie mogelijk.

Hoe werkt geothermie?

Het water met de geschikte temperatuur voor verwarming zit in Nederland op een diepte tussen 1,5 en 3 kilometer. Er zijn echter ook initiatieven op grotere diepte én op geringere diepte. Een aardwarmtesysteem pompt warm water uit een water bevattende en poreuze aardlaag. Via één of meer productieputten komt het warme water naar de oppervlakte. In een warmtewisselaar geeft dit warme water zijn energie af aan een warmtenet, dat woningen, kassen of industrie van warmte voorziet. Via pompen en één of meer injectieputten stroomt het afgekoelde water in dezelfde aardlaag/reservoir terug. Klik hier voor een filmpje met uitleg. Een productieput en injectieput samen heet een (putten)doublet.

Hoe duurzaam is geothermie?

Geothermie is op meerdere manieren een duurzame bron van energie. Ten eerste is de voorraad die in de aardkorst zit nagenoeg onuitputtelijk. Door natuurlijke processen in de kern van de aarde is het water herbruikbaar (want het wordt steeds opnieuw opgewarmd). Wel zal de temperatuur van de hete grondlagen, door de productie van aardwarmte, over een termijn van enkele tientallen jaren lokaal afnemen, een daling die zich weer zal herstellen als de doublet uit productie wordt genomen. Ten tweede komt bij de productie van aardwarmte nauwelijks CO2 vrij. (voor de getallen: zie vraag 28 over de hoeveelheid CO2).

Welke voordelen biedt geothermie?

Geothermie kent een aantal voordelen.
  • het is een duurzame bron van energie welke nauwelijks CO2 uitstoot. Voor (kas-)verwarming met geothermie is de gemiddelde uitstoot ongeveer 1/8 van die van aardgas (Er is nog wel elektriciteit nodig voor de pompen et cetera, en uitgaande van een COP = 20, 500 g CO2/kWh elektriciteit)
  • De kosten van geothermische energie zijn voor langere tijd stabiel en voorspelbaar
  • In tegenstelling tot vele andere vormen van hernieuwbare energie is geothermie onafhankelijk van externe factoren (wind, zonlicht, etc.). Het is 24/7 beschikbaar.
  • Als de putten eenmaal geboord zijn, is er nauwelijks sprake van geur-, stof-, geluidsbelasting of visuele hinder voor de omgeving.

Hoeveel aardgas en CO2 wordt er bespaard?

In Nederland ligt de gemiddelde jaarproductie per bron op circa 180.000 GJ (de warmtebehoefte van zo’n 5.000 (nieuwere) woningen). De besparing op CO2-emissies bedraagt per project circa 10.000 ton/jaar (5.500.000 m3 aardgas). De besparingscijfers voor het totaal van alle bronnen (2016):
  • CO2-besparing: 152.000 ton/jaar
  • Aardgas-besparing: 85.000.000 m3/jaar
Nieuwere projecten zijn vaak groter (een groter thermisch vermogen) dan het huidige gemiddelde. Besparingen van 10 mln m3 aardgas per project zijn dan ook mogelijk.

Waar wordt geothermie in Nederland toegepast?

Momenteel (2017) zijn er in Nederland 16 geothermische doubletten in productie, die voornamelijk leveren aan de glastuinbouw. In Den Haag en Heerlen zijn doubletten aangelegd voor het leveren van energie aan gebouwen. Voor een overzicht van alle huidige geothermieprojecten in Nederland, zie https://geothermie.nl/index.php/nl/

Wordt geothermie in het buitenland toegepast?

Geothermie is geschikt voor verwarming en om elektriciteit mee te maken. Wereldwijd staat de elektraproductie voorop (>90% van de systemen). Heet water (stoom) van >100 graden Celcius wordt dan omgezet in elektriciteit (onder meer in de VS, IJsland en Indonesië).
  • In onder meer Duitsland en Frankrijk zijn al tientallen geothermische doubletten in productie die warmte leveren. Uit de ondergrond van Parijs haalt men bijvoorbeeld al sinds 1969 water voor verwarming uit de diepe ondergrond.
  • In vulkanische gebieden loopt de temperatuur in de ondergrond sneller op. Daardoor hoeft men minder diep te boren voor een rendabele aardwarmtebron en is het gebruik van aardwarmte nog aantrekkelijker. Op bijvoorbeeld IJsland is geothermie de belangrijkste bron van elektriciteit én warmte.
De International Geothermal Association (IGA) en European Geothermal Energy Council (EGEC) kunnen meer informatie geven.

Hoe veilig is geothermie?

Geothermiebedrijven zijn erop gericht om de kans op ongewenste gebeurtenissen klein te houden. Dit betreft dan vooral:
  • Seismische activiteit. Menselijk handelen in de ondergrond kan (grotere en) kleinere aardbevingen en trillingen veroorzaken. De krachten die een geothermische boring of bron op de ondergrond uitoefent, zijn echter van zichzelf te klein om (circa 2,5 kilometer ‘hoger’) tot voelbare trillingen aan maaiveld te leiden. Omdat bij geothermie de drukverschillen gedurende de exploitatie erg klein zijn, is het zeer onwaarschijnlijk dat hierdoor aardbevingen worden veroorzaakt.
  • Bodemdaling. Er wordt geen volume onttrokken aan de ondergrond, zoals bij delfstoffenwinning. Hierdoor blijft de gemiddelde druk in het reservoir vrijwel onveranderd. Het injecteren van afgekoeld water zorgt er voor dat er wel enige krimp zal optreden in het gesteente rond de injectieput. Dit is in de ordegrootte van 2 centimeter na 100 jaar productie en daarom verwaarloosbaar bij de natuurlijke bodemdaling/ stijging in een eeuw. Merkbare bodemdaling door geothermie is daarom niet te verwachten. Soms komt met het water een kleine hoeveelheid gas (of olie) mee. Dit wordt bijvangst genoemd. Deze bijvangst is zo klein in volume dat ook hierdoor geen verzakkingen zullen optreden.
  • Vervuiling van het grondwater. Putten worden zo geboord en vastgezet met cement dat de kans dat water van de ene aardlaag in een andere aardlaag terechtkomt nihil is. Conductoren (grote stalen buizen van 50 tot wel 200 meter lengte, die als eerste zijn geplaatst) zorgen ervoor dat de boorvloeistoffen niet in de (ondiepere) bodem terecht komen. Ook tijdens de warmteproductie vindt een regelmatige controle van de puttoestand plaats, bijvoorbeeld door de dikte van de putwand en de drukken te meten.
  • (Gas-)explosies. Geothermieboringen worden op dezelfde veilige manier uitgevoerd als gasboringen. Mocht er dus gas worden aangetroffen dan is dat geen probleem. Aan de oppervlakte zijn geothermieputten bij stilstand drukloos. In aardwarmtebronnen zijn evenwel veiligheidsvoorzieningen ingebouwd (zoals afsluiters) die hoge drukken kunnen weerstaan.
Toezicht op de geothermiebedrijven vindt plaats door Staatstoezicht op de Mijnen, en in voorkomende gevallen door de brandweer en de gemeente.

Wat merkt de omgeving van een boring?

De (voorbereidingen) op een boring kunnen hinder opleveren voor de omgeving. Het installeren van de boortoren en de hulpinstallaties kan enkele weken duren en vindt veelal overdag plaats. Het boren zélf vindt 24 uur/dag plaats. Een boortoren produceert geluid, denk hierbij hoofdzakelijk aan de lift (het huiswerktuig), boorstangen die tegen elkaar aan stoten, of het gebruik van pompen. De boorkop gaat diep genoeg in de grond om geen overlast te veroorzaken. Daarnaast verzorgen vrachtauto’s de aan- en afvoer van materialen. De twee boringen duren (in totaal) enkele maanden (ca. 3 tot 6 maanden, afhankelijk van de diepte) . Bij het boren wordt getracht hinder tot een minimum te beperken. Bovendien gelden hiervoor wettelijke eisen.

Wat merkt de omgeving van de productie?

Als de putten eenmaal geboord zijn is een terrein benodigd van zo’n 30 bij 30 meter en verder een gebouw van zo’n 20 bij 20 m voor de warmtewisselaars en (meestal) enkele filters, vaten en pompen. De installatie produceert enig geluid (vanwege de pompen) dat niet hoorbaar is buiten de locatie. Af en toe, denk aan enkele malen per maand, zal een vrachtwagen technische materialen en hulpstoffen komen brengen of afvalstoffen ophalen.

Vindt hydraulische stimulatie (fracking) plaats?

In Nederland is voor aardwarmtebronnen op een diepte van twee tot drie kilometer het gebruik van hydraulische stimulatie tot nu toe (medio 2017) nog nooit toegepast. De gesteenten zijn van zichzelf doorlatend genoeg om een hoge productie te leveren. De mogelijkheden van aardwarmtebronnen op dieptes groter dan vier kilometer worden onderzocht, met daarbij de rol van fracking.

Wat is het effect op grondwater?

De boring van de putten gaat soms door zogenoemde watervoerende lagen. Putten worden zo geboord en vastgezet met cement dat de kans nihil is dat water van de ene diepte/aardlaag in de andere terechtkomt. Bij de boringen gebruikt men boorvloeistoffen om de boorkop te koelen en het boorgruis naar de oppervlakte brengen. Conductoren (grote stalen buizen van 50 tot wel 200 meter lengte, die als eerste zijn geplaatst) zorgen ervoor dat de boorvloeistoffen niet in de (ondiepere) bodem terecht komen; elke verstoring van ondiepe waterlagen is immers ongewenst.
Ook tijdens de warmteproductie vindt een regelmatige controle van de puttoestand plaats. Het is bovendien verboden te boren door aardlagen waaruit drinkwaterproductie plaats vindt. Lang niet elke grondwaterlaag is immers geschikt (of nodig) voor drinkwater. In het westen van Nederland vindt (vanwege verzilting) sowieso geen drinkwaterproductie plaats uit grondwater.

Is er kans op aardbevingen?

Menselijk handelen in de ondergrond kan (grotere en) kleinere aardbevingen en trillingen veroorzaken. De krachten die een geothermische boring of bron op de ondergrond uitoefent, zijn echter van zichzelf te klein om (vanuit 1,5-2,5 kilometer diepte) tot voelbare trillingen aan maaiveld te leiden. Omdat ook tijdens de productie de drukverschillen klein zijn vergeleken met bijvoorbeeld aardgasproductie, is het zeer onwaarschijnlijk dat hierdoor voelbare aardbevingen worden veroorzaakt. Zie voor meer informatie de factsheet ‘geothermie en aardbevingen’ van het Platform Geothermie.

Vindt bewaking van de ondergrondse effecten plaats?

Bij boringen wordt boorvloeistof gebruikt. Tot dusver bestaat deze boorvloeistof uit water met opgeloste stoffen zoals kleimineralen en verscheidene polymeren waaronder aardappelzetmeel. Deze vloeistof is essentieel voor de werking. Het ‘smeert’ de boor en boorkop, koelt de boor, zorgt ervoor dat cuttings/boorgruis naar boven worden vervoerd, onderhoudt de vloeistofdruk in de put en zorgt zo mede voor de veiligheid. Het lekken van boorvloeistof naar omliggende grondlagen kan impact hebben op de kwaliteit van het grondwater. Conductoren (grote stalen buizen van 50 tot wel 200 meter lengte, die als eerste zijn geplaatst) zorgen ervoor dat de boorvloeistoffen niet in de (ondiepere) bodem terecht komen. Verder is bij de samenstelling van de boorvloeistof rekening gehouden met het minimaliseren van de impact op de diepere bodem en met het reduceren van restproducten.
Ook tijdens de warmteproductie vindt een regelmatige controle van de puttoestand plaats, bijvoorbeeld door de dikte van de putwand en de drukken te meten.

Zijn er afvalstoffen?

Het opgepompte ‘formatiewater’ bevat allerlei opgeloste natuurlijke stoffen/elementen. Het water komt niet in contact met het oppervlaktewater of de buitenlucht. Het beheer en de systemen zijn erop gericht om deze stoffen terug in de injectieput te pompen. Toch kunnen er kleine zanddeeltjes en vaste deeltjes met de stroom meekomen. In de bovengrondse installaties zijn filters opgenomen die deze deeltjes uitfilteren, om verstopping van de injectieput te vermijden. (Die deeltjes zijn nog steeds héél klein: honderdsten van millimeters.) Soms hebben deze deeltjes een lichte natuurlijke radioactiviteit. Deze licht radioactieve deeltjes komen op aarde zowel in de boven- als ook diepe ondergrond voor. Het betreft een type straling die eenvoudig is af te schermen en niet aan de buitenkant van de installatie te meten is. De interne procedures, bij het openen van de installatie, houden hiermee rekening en de omgeving ondervindt hier geen hinder van.

Voor dit onderdeel wordt er apart toezicht gehouden door de ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming).

Welke technische ontwikkelingen zijn er?

Onder andere met ondersteuning vanuit het ministerie van Economische Zaken werkt de geothermiesector hard aan verdere technische ontwikkelingen. Het gaat dan onder andere om putintegriteit (het voorkómen van lekkages en verstoppingen), het verbeteren van het rendement (minder pompenergie en optimale doorstroming) en optimale plaatsing van de doubletten. Daarnaast staan projecten met boringen naar vijf kilometer en meer sterk in de belangstelling, omdat de bijbehorende hogere watertemperaturen nodig zijn voor de industrie, stadsverwarming en elektriciteitsproductie. Hiervoor is vergroting nodig van de kennis van geschikte aardlagen en van goede en betaalbare putontwerpen.

Wat gebeurt er op lange termijn met een put?

Na meerdere tientallen jaren kan door het gebruik een put minder presteren en/ of kan de technische toestand (corrosie of juist aanslag) buitengebruikstelling nodig maken. Doel is dan om de oorspronkelijke situatie in de ondergrond zoveel mogelijk te herstellen. Dit gebeurt via het deels afvullen van de putten met beton en het verwijderen van het bovenste deel van de putten en alle bovengrondse installaties. Het is echter óók denkbaar dat met een nieuwe put de warmtewinning weer door kan gaan. Dat hangt af van de geologie op die plek en de (technische) ontwikkelingen.

Welke soorten geothermie zijn er?

Geothermie is energie in de vorm van warmte die in de bodem zit opgeslagen. Dat betekent dat alle energie, die in de vorm van warmte uit de bodem komt aardwarmte of geothermie te noemen is. Dit kan energie van natuurlijke herkomst zijn, zoals bij het gebruik van een geothermiebron. Warmte die door mensen in de bodem is opgeslagen, zoals bij Warmte/Koude Opslag (WKO) wordt veelal, zeker in het buitenland ‘ondiepe geothermie’ genoemd. In Nederland spreken we dan meestal over ‘bodemenergie’. (Diepe) geothermie betreft in Nederland - conform de Mijnbouwwet en de daaronder vallende regelgeving – formeel dieptes van meer dan 500 meter. Voor meer informatie over bodemenergiesystemen kunt u onder andere terecht bij www.bodemenergienl.nl.

Van 'ondiep' naar 'diep' zijn te onderscheiden:
  • Bodemwarmtepompen (meestal individuele woningen/gebouwen), maximaal rond de 50 meter diep
  • WKO systemen (grotere kantoren en groepen van woningen), maximaal rond de 250 meter diep
  • MTO (Midden Temperatuur Opslag)
  • HTO (Hoge Temperatuur Opslag)
  • Diepe geothermie / Direct Use (collectieve toepassingen zonder warmtepomp zoals woonwijken en kassen), maximaal rond de 1.500- 4.000 meter diep
  • Ultradiepe geothermie (elektriciteit, industrie en stadsverwarming)

Hoe komt de energie uit het water?

Het warme water stroomt aan de oppervlakte door een warmtewisselaar. Een warmtewisselaar bestaat uit honderden dunne platen, waar het geothermische water zijn warmte overdraagt aan het verwarmingswater aan de andere zijde van de plaat. Het zo verwarmde water is dus niet in contact geweest met het geothermiewater maar heeft wel de warmte overgenomen. Dit warme water kan nu naar bijvoorbeeld tuinbouwkassen of woningen. Veelal staat er bij de afnemer weer een warmtewisselaar waar de warmte wordt overgedragen aan het water in het verwarmingssysteem van de afnemer. Zo zijn er meestal dus drie watercircuits: het geothermische, het warmtenet en de afnemersinstallatie. Het water uit de diepte komt dus niet in contact met het oppervlaktewater of de buitenlucht.

Is er verschil in productie tussen de zomer- en winterperiode?

Tot nu toe is geothermie vooral in gebruik voor warmteopwekking. In de winter is de vraag naar warmte groter dan in de zomer. In de zomer gaat de productie van een geothermische doublet daarom terug, meestal door de pompen op een lager toerental te zetten.
Het is mogelijk de niet-benutte warmte door adsorptiekoeling om te zetten in koude. Er wordt ook nagedacht over de mogelijkheden om in de zomer elektriciteit te produceren.

Is aardwarmte te gebruiken voor koeling?

Ja, door middel van adsorptiekoeling. Hiervoor zijn systemen op de markt. In Nederland is dit tot op heden niet toegepast in combinatie met geothermie.

Wat bepaalt het potentieel van een bron?

Meerdere factoren bepalen de (maximale) grootte van een bron. Meestal wordt gekeken naar de capaciteit van een geothermisch reservoir, waar de geothermische bron een onderdeel van is. Allereerst zijn de samenstelling en temperatuur van het reservoir/ formatiewater en de omvang van het reservoir belangrijk. Deze bepalen de hoeveelheid energie die opgeslagen is. Daarnaast zijn van invloed: de porositeit (de hoeveelheid open ruimtes in een gesteente) en permeabiliteit (hoe goed de open ruimtes met elkaar verbonden zijn) van de gesteentelaag.

Wat is er bekend over de ondergrond?

We weten dat in een groot gedeelte van Nederland onder het oppervlak gesteenten aanwezig zijn die warm water bevatten en goede doorstromingseigenschappen hebben (100 – 300 m3/uur) voor de economische winning van geothermie. Vergeleken met andere landen is in ons land bijzonder veel (openbaar) bekend van de ondergrond tot circa 4 -5 kilometer diepte door de vele boringen en seismische metingen voor de olie- en gaswinning. Voor Ultradiepe geothermie, vanaf circa vijf kilometer zijn de onzekerheden dus groter.

Wat is het potentieel van geothermie?

TNO heeft in 2012 het technisch/economische winbare potentieel van geothermie in de Nederlandse ondergrond tot 4 kilometer ingeschat op circa 85.000 PetaJoule, rekening houdend met de huidige inzichten qua gasprijzen en rentestanden. Hiermee zijn (indicatief) alle 7,6 miljoen woningen in Nederland meer dan 250 jaar te verwarmen.

Over het winbare potentieel van de ondergrond dieper dan vier kilometer is op dit moment nog onvoldoende bekend om nauwkeurige uitspraken te doen. Aangezien er weinig data beschikbaar is over de diepe ondergrond, is het lastig een schatting te doen.

Kan geothermie aan de warmtevraag voldoen?

De warmtevraag naar ‘laagwaardige’ warmte – op temperatuurniveaus van woningen en kassen bedraagt in Nederland circa 400 PJ per jaar. Het potentieel aan geothermische energie tot vier kilometer (85.000 PJ, ingeschat door TNO in 2012) is daarmee in theorie meer dan van voldoende omvang om deze warmtevraag gedurende langere tijd te kunnen leveren. Dat is zonder rekening te houden met de aanvulling van de warmte vanuit de aardkern, maar óók zonder rekening te houden met bijvoorbeeld ander ondergronds ruimtegebruik en bovengrondse inpassing.

Wat is van ultra diepe geothermie te verwachten?

In maart 2011 is een visie van IF Technology, TNO en Ecofys gepubliceerd over (ultra-)diepe geothermie in 2050. De conclusie uit het rapport (met de zeker benodigde slagen om de arm) is dat 7 tot 13% van het totale elektriciteitsverbruik en 22 tot 31% van het totale warmteverbruik (cijfers NREAP voor 2020) ingevuld zou kunnen worden met ultradiepe geothermie (vijf kilometer en dieper). Uitgangspunt is dat de ondergrond vanaf 5,5 kilometer voldoende producerend (te maken) is. In de lage schatting komt dan in 2050 228 PJ beschikbaar als warmte en 34 PJ in de vorm van elektriciteit. Het rapport is te vinden via https://geothermie.nl/images/bestanden/IF_Ecofys_TNO_-_Visie_diepe_geothermie.pdf.

Waar is geothermie beschikbaar in Nederland?

De aardkorst wordt overal warmer naarmate men dieper komt. De aanwezigheid van water in een voldoende doorlatend reservoir is echter nodig om deze warmte ook boven de grond te kunnen krijgen en gebruiken. Bijvoorbeeld op http://www.thermogis.nl/basic.html is een goede indruk te krijgen in welke gebieden op welke dieptes hoeveel warmte te winnen is. Deze kaarten gaan tot een diepte van maximaal 3 -4 kilometer en kennen ook onzekerheden. Deze staan op de website aangegeven.

Hoe zorgt geothermie voor minder CO2-uitstoot?

Bij de productie van aardwarmte komt nauwelijks CO2 vrij. De pompen, die het water uit de productieput en in de injectieput pompen, hebben elektriciteit nodig. Voor de tot nu toe gerealiseerde bronnen bedraagt de CO2-uitstoot gemiddeld ongeveer 7 kg/GJ, ten opzichte van 57 kg/GJ voor aardgas, een reductie van 88%. Als een geothermiebedrijf groene elektriciteit, bijvoorbeeld geproduceerd met windmolens of zonnepanelen, inkoopt is dit uiteraard nog lager (nagenoeg nul).

(Uitgangspunten voor deze berekening: een COP (Coefficient of Performance) van 20 en een uitstoot van 500 gram CO2 per kWh)

Hoe stabiel is de levering?

Een geothermische bron heeft als voordeel dat het energieaanbod onafhankelijk is van externe factoren zoals weersomstandigheden (wind, zon, etc.) Daardoor is de betrouwbaarheid en stabiliteit van een aardwarmtebron hoog.

Welke vergunningen zijn nodig?

Voor een geothermiesysteem zijn diverse vergunningen vereist. Voor de meeste vergunningen is het Ministerie van Economische Zaken het bevoegd gezag en is het Staatstoezicht op de Mijnen de toezichthoudende instantie. Gemeenten en provincies hebben bij meerdere benodigde vergunningen een adviserende rol richting het Ministerie.

Twee vergunningen komen voort uit de mijnbouwwet. Ten eerste is dat een opsporingsvergunning. Deze vergunning geeft de initiatiefnemer het recht om binnen een afgebakend gebied de ondergrond te onderzoeken op de aanwezigheid van winbare aardwarmte door te gaan boren. Als de boringen succesvol zijn, is een winningsvergunning nodig. Deze geeft het (exclusieve!)recht om de aardwarmte te winnen.

Daarnaast is een Omgevingsvergunning vereist waarin (het voorkómen van) effecten op de omgeving zijn beschreven. Verder zijn voor specifieke werkzaamheden specifieke vergunningen vereist, denk aan eventueel zwaar transport, kabels en leidingen leggen et cetera.

Wat vindt de Rijksoverheid van geothermie?

Geothermie is één van de duurzame energiebronnen uit de in 2016 verschenen ‘Energieagenda’ van de rijksoverheid. Het rijk is dan ook actief om te zorgen dat geothermie uitbreidt. Met de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) stimuleert het Ministerie van Economische Zaken de productie van duurzame energie in Nederland. Een geothermieproject kan in aanmerking komen voor SDE+. Kijk ook op http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/sde/geothermie. Daarnaast kent Nederland een zogenoemde ‘garantieregeling’ voor het geval een boring onvoldoende warm water oplevert. Kijk ook op http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/risicos-dekken-voor-aardwarmte-2017. De overheid stimuleert ook de ontwikkeling van ultradiepe geothermie en draagt bij aan onderzoek in de zogenoemde ‘Kennisagenda Aardwarmte’.

Wat is Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)?

Voor projecten die van een diepte van 500 meter, of meer, warmte winnen geldt de Mijnbouwwet en is er een vergunningsplicht. De kans bestaat dat er bij een geothermieproject olie en/of gas worden aangetroffen en daarom zijn dezelfde voorzorgsmaatregelen van toepassing als bij projecten in de olie- en gasindustrie. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is de toezichthouder voor álle mijnbouwactiviteiten, dus ook voor geothermie. Ze zijn gevestigd in Den Haag. Meer informatie is te vinden op www.sodm.nl.

Wat doet de toezichthouder SodM?

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt zich bij het monitoren van geothermische projecten voornamelijk bezig met de volgende onderwerpen:
  • Het beoordelen van werkplannen, veiligheidsplannen en het zorgsysteem dat bij een geothermische bron hoort
  • Voorkomen van aardbevingen
  • Inzicht in de toestand/integriteit van putten
  • Veilige opvang en verwerking van water dat vrijkomt bij het testen van de putten
  • Zorg dragen dat exploratie en winning van aardwarmte zo veilig mogelijk gebeurt
SodM geeft daarom advies over de vergunningsaanvragen vanuit de Mijnbouwwet en houdt toezicht op de boorontwerpen, -programma’s en de projectaanpak. (https://www.sodm.nl/onderwerpen/aardwarmte)

Hoeveel geothermische projecten zijn er in Nederland?

Momenteel (voorjaar 2017) zijn er in Nederland 16 producerende systemen. Per jaar komen er ongeveer twee bij. Voor 2017 worden vier systemen verwacht. De totale capaciteit bedraagt nu ongeveer 150 MWth. In 2016 is in totaal 2,7 Petajoule aan warmte geproduceerd, vergelijkbaar met 85 miljoen m3 aardgas, oftewel het gasverbruik van ongeveer 55.000 huishoudens.