Creation: Free Design
wat is
geothermie?
duurzaam I gebruikers I techniek I veiligheid

 

TECHNIEK
Voor een geothermie-installatie is, als de putten eenmaal geboord zijn, een terrein benodigd van ongeveer een halve hectare. Hierop staat een gebouw van zo’n 20 bij 20 meter voor de warmtewisselaars en enkele filters en pompen. Naast het gebouw is vaak een ontgassingsinstallatie (‘ontgassingstank’) nodig en soms een noodfakkel gekoppeld aan deze installatie. In de buurt dient ruimte beschikbaar te zijn voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Hier vind je meer informatie over de inrichting van een geothermielocatie. Bekijk ook deze korte film.

BENUTTEN VAN DE WARTME

BENUTTEN VAN DE WARTME
In een warmtewisselaar stroomt het opgepompte water door buizen langs het water van het verwarmingssysteem. Via een pomp gaat het afgekoelde water weer terug naar de oorspronkelijke diepte. Bekijk ook dit filmpje

OPBOUW VAN DE PUT

OPBOUW VAN DE PUT
De buizen worden in het boorgat geplaatst en daarna vastgezet met cement. In het putontwerp is rekening gehouden met de grondwaterstand, de samenstelling van het op te pompen water en ondergrondse druk. Er wordt eerst een buis geheid of geboord tot onder het grondwater. Daardoorheen boort men de put. In de put hangt een pomp, die het warme water omhoog pompt. Bekijk ook dit filmpje.

DIEP ONDER DE GROND

DIEP ONDER DE GROND
Een geothermie-installatie bestaat uit twee putten: één voor het oppompen en één voor het terugpompen van water. Door de ondergrondse afstand tussen de putten (1 – 2 kilometer) kan het water langzaam weer opwarmen.

De doorstroming in het reservoir is te verbeteren door hydraulisch stimuleren (fracken). Dit kan met name nodig zijn voor ultradiepe geothermie (geothermie op meer dan vier kilomter diepte). Kijk ook eens bij de veelgestelde vragen over dit onderwerp. Tot op heden is bij geothermie in Nederland niet gefrackt.

Zie verder de factsheet over fracken op deze site.